Home  Print    

Fietsroute: 17 + 35 km

IJSTIJDEN- EN
STENENROUTE

Steen_Brink.jpg

Donderdag 8 juni is door burgemeester Thea de Roos de 'IJstijden en Stenenroute' geopend.

Hier onder vindt u een uiteenzetting over de stenen zoals die in Gaasterland te bewonderen zijn.

De folder met fietsroute kunt u verkrijgen in het Informatie Centrum "Mar en Klif" aan de Brink 4 te Oudemirdum.


Deze route voert u door het ijstijdenlandschap van Gaasterland. Gevormd in de voorlaatste ijstijd zo’n honderdenveertigduizend jaar geleden. Onderweg komt u allerlei zwerfstenen tegen: grote en kleine keien die meegekomen zijn met de enorme gletsjers uit Scandinavië.
Ze liggen overal in het landschap, vaak zijn ze gebruikt als markering, als (graf)monument of gewoon voor de sier. U zult ze zien op erven, langs wegen, in bermen of ze zijn gebruikt als verharding. Nog veel meer liggen anoniem in de bodem. Een twintigtal bijzondere stenen langs deze route zijn gemarkeerd door bordjes met informatie.

 

 

 

IJSTIJDEN EN ZWERFSTENEN
De geschiedenis van Gaasterland begon ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden. Waar Gaasterland nu ligt klotste de zee. De kustlijn lag 100 kilometer naar het Oosten. En het was warm, net zo warm als nu in Spanje bijvoorbeeld. Er mondden grote rivieren uit in de zee. De Maas, de Rijn én een oude rivier die nu niet meer bestaat: de Baltische Oer- stroom of Eridanos. De Eridanos voerde erg veel puin,
zand en stenen uit de bergen aan. Hiermee werd Nederland in 800.000 jaar tijd langzaam opgehoogd. Het land werd zelfs groter dan het Nederland dat we nu kennen.
Inmiddels was het hier koud geworden. De ijstijden waren begonnen. Duizenden jaren lange warme en koude perioden wisselden elkaar af.
Ongeveer 450.000 jaar geleden heerste hier een zware ijstijd. Van Ierland tot Siberië was alles met een dikke laag ijs bedekt. Ook Friesland werd met landijs bedekt.
Na een aantal koude en warmere tijden was bet 370.000 jaar geleden opnieuw raak. De voorlaatste ijstijd brak aan. Ongeveer 140.000 aar geleden bereikte het landijs Nederland. De noordelijke helft van ons land werd door gletsjers van wel 300 meter dik bedekt.
Aan de voorkant van de gletsjers drukte het landijs de bodem omhoog. Er ontstonden hoge stuwwallen. Zo zijn de heuvels van Gaasterland ontstaan. Ook namen de gletsjers op hun reis uit Scandinavië veel grote zwerfstenen mee.
Toen het klimaat weer warmer werd smolt het landijs en steeg de zeespiegel. Grote delen van Nederland kwamen onder water te staan. Gaasterland lag aan zee, aan de monding van de Rijn. Daarna werd het langzaam aan opnieuw kouder en kouder tot het hier 20.000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd op z’n koudst was. Het was niet alleen ijskoud maar ook kurkdroog en er heersen enorme zandstormen. Het land werd kwam onder een dikke laag dekzand te liggen afkomstig uit de drooggevallen Noordzee.
Na de laatste ijstijd werd het klimaat weer warmer. De zeespiegel steeg en de Noordzee liep weer vol met zeewater. Zo’n 10.000 jaar geleden kwamen er mensen naar onze streek. Het waren rendierjagers.
Aan de kust bij de monding van de oude rivieren had de zee vrij spel. Deze gebieden stonden bij vloed onder water. Door de eb en vloedbeweging van het water ontstonden langzaam maar zeker strandwallen en duinen. Daarachter kwamen kustmeren of lagunes. Het water in de kustmeren werd zoet en er ging veen groeien. Vierduizend jaar geleden was Gaasterland een eiland geworden in het uitgestrekte veenmoeras dat half Nederland bedekte.
Op de plek van de Zuiderzee, de oude riviermond van de Rijn, was het zo diep dat daar geen veen kon groeien. Het bleef open water. Rum 2000 jaar geleden brak de Waddenzee door naar dit Flevomeer en zo ontstond de Zuiderzee. Door golfslag en getijdenwerking werd de Zuiderzee steeds groter. Gaasterland kwam weer aan zee te liggen. De stuwwallen langs de kust van Gaasterland werden door de branding afgekalfd. Zo zijn hier de kliffen ontstaan. In 1932 werd de Zuiderzee afgesloten door de afsluitdijk en ontstond het IJsselmeer Op de stranden rond het IJsselmeer z’n nog steeds zeeschelpen vinden.

Gidsgesteente
De dikke zwerfkeien van deze route zijn om meerdere redenen stuk voor stuk bijzonder. Het zijn de enige (natuurlijke) rotsen die we in Nederland hebben. Verder bestaat ons land uit zand, grind, klei en veen. In een klein gebied als Gaasterland kunnen we stenen vinden die afkomstig zijn uit een enorm gebied van Oslo tot Rusland en van Denemarken tot Midden-Zweden. Het zijn zulke grote stenen dat ze alleen met gletsjers hier heen gekomen kunnen zijn. Die reis heeft minstens duizend jaar geduurd en de stenen dragen er soms nog de sporen van, zoals gletsjerkrassen als ze onderin het ijs zaten en over de rotsige bodem geschuurd zijn. De stenen zijn heel oud. Het zijn brokstukken van het oeroude Scandinavische gebergtegebied, dat al meer dan een miljard jaar geleden ontstaan is door stolling van magma tot graniet. Veel van de keien bestaan dan ook uit graniet.
In de lange, lange tijd van hun bestaan is er veel gebeurd. Gebergten zijn gevormd en weer afgebroken. Dit ging gepaard met gigantische krachten, grote druk en hoge temperaturen, waardoor ook de hardste gesteenten vervormd en gekneed zijn. Granieten werden omgezet tot gneizen. Verschillende voorbeelden zijn daarvan in deze route te zien. Er komen in Scandinavië allerlei soorten gesteenten voor.
Een gesteente dat goed herkenbaar is en maar in een klein gebied voorkomt noemen we een gidsgesteente. Als we zo’n gesteente als zwerfsteen hier vinden dan weten we dus waar het vandaan komt. Hooguit 10% van de zwerfstenen zijn gidsgesteenten.

Korstmossen/begroeide stenen

Ook op stenige grond kunnen de mooiste planten groeien. Als u goed kijkt ziet u op alle zwerfkeien fluwelige korstjes van hooguit een millimeter dik, met allerleiKorstmos_3.JPG

 kleuren: grijs, geel. bruin, zwart, rood of groen. Dit zijn korstmossen. Een korstmos is heel bijzonder, het is geen mos, maar een samenleving (symbiose) van een alg (een eencellig groen plantje) en een schimmel. Korstmossen hebben erg weinig voedsel nodig, ze kunnen leven van regenwater en zwevend stof en ze kunnen goed tegen droogte en koude.
Zo kunnen ze zelfs op het onherbergzame oppervlak van zwerfkeien leven. Korstmossen zijn gewoonlijk niet schadelijk maar beschermen juist de steen waar ze op groeien tegen weer en wind.
De ondergrond bepaalt welke korstmossen voorkomen. Op kalkhoudende steen (stoeptegels, beton, dakpannen) groeien totaal andere soorten dan op zure gesteenten als graniet. Op de noordelijke granieten zwerfstenen in ons land komen veel zeldzame soorten voor. Door de luchtvervuiling is het aantal soorten helaas sterk achteruit gegaan. De soortensamenstelling van korstmossen wordt daarom gebruikt als indicator voor de luchtkwaliteit. De helft van de zevenhonderd in Nederland voorkomende korstmossen staat op de rode lijst van bedreigde soorten. Korstmossen maken deel uit van de biodiversiteit en dienen beschermd te worden, Ze zijn bij deze stenenroute daarom zoveel mogelijk gespaard. Alleen interessante stenen zijn gedeeltelijk kaal gemaakt om de structuur en kleur van de steen goed te laten zien.

Molukken
Het ‘Ambonezenkamp” op de Wyldernerk. huisvestte vanaf 1954 Islamitische Molukkers. In tien barakken werden in -. december van dat jaar drieëntwintigMolukkensteen.jpg

 gezinnen en een paar
vrijgezellen ondergebracht. In 1957 woonden er al vijfenvijftig gezinnen met in totaal driehonderdenvijftien personen. Later zou er ook nog een moskee - de tweede in Nederland - bij het kamp verrijzen.
De laatste Molukkers verlieten de barakken in 1969. De onderkomens zijn nadien verkocht en gesloopt. Nu rest nog een wandelpad en een herinneringssteen. Op de steen ziet u een aantal symbolen: de al als teken van de islam (de minaret) en kruidnagelen als teken van “Indië”. De zwerfkei zelf is natuurlijk symbool voor het volk in ballingschap.


 

 

Het Hunebed van Gaasterland
Een mooi voorbeeld van het gebruik van zwerfstenen zijn Hunebedden. Ook Gaasterland kent een Hunebed. Begin maart 1849 kwamen hij het graven van ontwateringgreppels in het Rijsterbos grote zwerfkeien te voorschijn. Het enige in Friesland ooit gevonden hunebed was opgegraven! Hunebed.jpg


De mensen die de Hunebedden bouwden behoorden tot de Trechterbekercultuur. Ze kwamen rond 3400 voor Christus naar onze streken. De cultuur ontleent haar naam aan een voor hen kenmerkende aardewerkvorm: de Trechterbeker. Na de vondst werden de keien afgevoerd en verkocht. Ze werden zoals toen gebruikelijk was “geklopt”, (kapot gemaakt) om dienst te doen als wegverharding .
Pas later kwam men er achter dat het om een ‘Hunebed’ ging. In 1996 bleek uit onderzoek dat het eigenlijk een “Steenkist” was.
Deze werden door dezelfde mensen gebouwd die ook de hunebedden maakten. Constructief hebben beide graftypen veel gemeen. Bij een steenkist zit het verschil in het formaat van de stenen, de grotendeels ondergrondse aanleg, het ontbreken van een ingang en het ontbreken van deksteen. Tot 1958 was er in het bos geen enkel spoor meer te vinden van het graf.
In dat jaar werden op de plaats waar de stenen moeten hebben gestaan, platte stenen gelegd om de plaats aan te duiden. Ook kwam er een gedenksteen. Sinds het voorjaar van 1997 staat op borden correct aangegeven dat het hier om een steenkist gaat. Het verhaal wil dat op de driesprong van Rijs nog drie oude stenen van het Hunebed liggen.


 

Warns/Rode Kijf
Het monument, een grote zwerfsteen, op het Rode klif herinnert aan de Slag bij Wams. Dit was een veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen, opRode_klif.JPG

 26 september 1345. De Hollanders wilden Friesland veroveren. Onder hen was ook Willems oom, hertog Jan van Beaumont. Ze voeren vanuit Enkhuizen met een vloot de Zuiderzee over en landden bij Stavoren en Laaxum.
De troepen van graaf Willem staken het verlaten Laaxum en Warns in brand en trokken op naar Stavoren. Bij Warns werden ze aangevallen door de plaatselijke bevolking. Door hun zware harnassen waren ze geen partij voor de woedende boeren en vissers. De vluchtweg die de ridders kozen leidde naar het Rode Klif. In het moerassige landschap bij het klif werden de Hollanders verpletterend verslagen.
Graaf Willem kwam tijdens de slag om het leven. Toen de troepen van de hertog van Beaumont in Stavoren hoorden wat er was gebeurd, vluchtten ze naar de schepen, achtervolgd door de Friezen. Slechts een kleine groep overlevenden kwam in Amsterdam aan.
De Slag bij Warns werd tot 1500 jaarlijks op 26 september herdacht. Daarna raakte dit ritueel in onbruik, maar de slag wordt tegenwoordig elk jaar herdacht op de laatste zaterdag van september.
Op het Rode Klif bij Warns bevindt zich sinds 1951 een monument, een grote zwerfkei met de tekst “leaver dea as slaef” (liever dood dan slaaf).
De grote zwerfkei komt overigens niet uit deze streek, maar uit Tijnje. De kleine keien van de sokkel wel, die komen uit de oude zeewering van het klif.

 

Vindplaats_Hunebed.JPG